Buitenlandse Kastelenreis 22 juni - 2 juli 2009 naar Normandië.

Normandië.

Na de val van het Romeinse rijk de versnippering van Europa. Ook het rijk Charlemagne viel uiteen en rond het jaar 1000 (wereld vergaat?) alles in crisis.
De Paus versterkt zijn macht door kerstening en bouw kerken en kloosters.
Het heilige Roomsche Rijk, paus kroont de keizer, gang naar Canossa van Hendrik IV en uiteindelijk scheiding van kerk en staat.

Noormannen en Vikingen speelden verdeel en heers, langs de west-europese kusten tot ook dieper in het binnenland (Dorestad).
De Denen hadden veel grond verworven langs de Kanaalkust tot aan Bretagne. Ze vestigden zich hier en waren in twee generaties verfranst en gekerstend.
Een van hen Richard I benoemde zichzelf tot Hertog van Normandië hetgeen gedoogd werd door de Franse Koning. Steun van zijn vazal was hem wat waard vooral door het tegengaan van invallen van de Noormannen hierdoor.

Richard II is een strateeg, vechtjas en religieus. Zijn zus Emma trouwt met Engelse Koning (investering voor de toekomst) Hertogen mogen bouwen in steen en zo versterkt hij zijn macht. Bayeux is dan de hoofdstad van Normandië en kasteel Falaise de belangrijkste burcht.

Richard III volgt op en hij neemt deel aan de verovering van Constantinopel. Na twee jaar overlijdt hij, waarschijnlijk vergiftigd. (door zijn broer?)
Zijn broer Robert, ook wel de Geweldige of de Duivel genoemd, volgt hem op.
Hij neemt de dochter van een plaatselijke leerlooier la Belle Arlette op in zijn kasteel en zij krijgt een zoon: Willem die als bijnaam de Bastaard wordt genoemd. Toen Robert ook op kruistocht ging had hij eerst in aanwezigheid van alle adel Willem aangewezen als zijn opvolger. Robert overlijdt op de terugweg en Willem wordt op 7 jarige leeftijd Hertog. Hij krijgt een goede opleiding in Reims en ontpopt zich net als zijn vader als vechtjas en kerkvorst. Hij versterkt zijn domein en laat kerken en kloosters bouwen.
Zijn moeder hertrouwt met Graaf de Conteville. Zijn halfbroers blijven hem hun hele leven steunen, evenals de Conteville en de bisschop van Bayeux ten tijde van de overwinning.
Willem trouwt in 1053 met zijn achternicht Mathilde van Vlaanderen, die in het kasteel te Eu woont waar hij haar opzoekt en ten huwelijk vraagt. Ze trouwen tegen de wil van de Paus en kregen vier zonen en vermoedelijk zes dochters.

Na ongeveer tien jaar wordt er een schikking getroffen en stemt de Paus in met het huwelijk. Hier staat tegenover dat Willem een kathedraal en twee kloosters laat bouwen in Caen, de nieuwe hoofdstad van zijn rijk die meer centraal is gelegen en ook vanuit zee beter bereikbaar is.

Sinds huwelijk van Emma met de Engelse Koning Edward zijn er goede contacten met dit land. Bij geen opvolging zou in 1051de kroon toegezegd aan de Hertogen van Normandië. Ook de Noorse Koning meent deze aanspraken te hebben.
Bij de dood in 1066 van Edward, die kinderloos was, volgt neef Harold Godwinson ondanks eerdere beloften hem toch op. Willem nam hier geen genoegen mee en bereid een aanval op Engeland voor om zijn recht te halen. Ook de Noorse Koning doet een inval in het noorden van Engeland bij York en Stamford Bridge maar uiteindelijk wint de Engelse Koning.
Willem is na lang wachten het Kanaal overgestoken en landde op 28 september met zijn leger op Pevensey. Op 14 oktober won hij de slag bij Hastings waarbij Harold en veel vorsten omkwamen. Willem de Veroveraar liet zich kronen tot Koning van Engeland als Willem I en werd geen Willem de bastaard meer genoemd. Hij benoemde zijn halfbroer tot gezant en zal zelf voornamelijk in Normandië verblijven.
De Paus is woedend dat twee Christelijke landen elkaar zo hebben bevochten en dwingt een boetedoening af waarbij alle betrokkenen op de plaats van de veldslag berouw moeten afleggen en ter plekke een klooster bouwen Battle Abbay, hetgeen geschied in 1070.

De verovering van Engeland is vastgelegd op het beroemd geworden tapijt van Bayeux. De halfbroer van Willem de bisschop van Bayeux Odo de Conteville heeft de opdracht voor het vervaardigen ervan gegeven en het is waarschijnlijk in Kent vervaardigd.
Het boeiende is dat het zowel verslag doet van de hele voorgeschiedenis van deze slag als van het leven van Harold. Er zijn dan ook twee versies. Het mooie verhaal van het tapijt en een andere lezing dat Harold zich inlikte bij Willem, toegang kreeg tot zijn wijze van handelen en oorlog voeren en steeds halve beloftes deed.

Toen Willem Koning was vond hij het moeilijk om controle over het land te houden. Hij nam alles in beslag van de Normandische ridders. In het noorden van zijn land liet hij veel gebieden verwoesten. Daarmee veroorzaakte hij een paar hongersnoden. Ook werd Willem bedreigd door landen als Frankrijk, Noorwegen, Denemarken en Schotland. Hij heeft zo'n 80 kastelen laten bouwen ter verdediging, de bekendste daarvan is de Tower of London. Daarbij werd onder meer gebruik gemaakt van de kalksteen die in de omgeving van Caen werd gewonnen. De ontwikkeling van de Anglo- Normandische bouwstijl is hier zeker een gevolg van en heeft veel prachtige gebouwen opgeleverd zoals de genoemde Tower en ook Westminster Abbey.

Ander belangwekkend feit is de volkstelling die Willem in 1086 liet houden waarbij letterlijk alles werd beschreven in het zogenaamde Leenherenlogboek, het Domesday Book. Hierbij werd letterlijk alles in kaart gebracht: landerijen, bevolking, veestapels en gebouwen. In feite een eerste soort kadaster wat tot op de dag van vandaag een goed inzicht biedt in de macht die Willem vestigde. Het ging daarbij in feite om een grote fiscale operatie om zeker te stellen dat niemand zich aan de heffing van belastingen kon onttrekken.

Willem overleed op 9 september 1087 in Rouen na een val van zijn paard bij het beleg van Mantes-la-Jolie. Hij ligt begraven in Caen.

Verslag door Jacqueline

***********************************************************

Buitenlandse Kastelenreis 22 juni - 2 juli 2009 naar Normandië.


De 18e buitenlandse reis was dit jaar gericht op Normandië, nadat de laatste drie jaren de geschiedenis van Midden-Europa het centrum van de interesse was.
De grondige voorbereiding door Miep en Theo de Jong, gesteund door onze onmisbare chauffeur van de bus Gert van de Berg, met kunsthistorische adviezen van Theo Hermans beloofde een boeiende reis. Tijdens de heenreis werden de deelnemers verrast met een historisch exposé door Jacqueline Laman, dat een goed inzicht gaf in de leiddraad van het reisprogramma. Een samenvatting van dit exposé is daarom hierbij opgenomen.


Maandag 22 juni.
Een ontspannende rit over de rustige Noord-Franse autowegen voerde naar het eerste hotel, in Caen. De lunchstop bood een prachtig uitzicht over het Nauw van Calais, met de Engelse krijtrotsen nog net zichtbaar.


Dinsdag 23 juni.
Deze morgen werd het kasteel in Falaise bezocht, de geboorteplaats van Willem de Veroveraar, in 1027. Zijn opvolgers hebben het kasteel vergroot, met een grote vierkante donjon in 1125 en een kleinere donjon rond 1150. Zowel de verdediging als het wooncomfort werden zo verbeterd. Verwaarlozing en oorlogsschade brachten het kasteel in ruïneuze staat. Een restauratieprogramma loopt sinds 2007. In beide donjons werden op verantwoorde wijze met moderne middelen museale mogelijkheden gemaakt. Het stadje Falaise, dat ondanks oorlogsschade nog vele prachtige monumenten telt, is op een goede manier gerestaureerd.

's Middags volgde het bezoek aan het Château de Vendeuvre, een charmant landedelmanhuis van 1750-1752. Doordat het huis niet geplunderd is tijdens de Revolutie, bevat het nog veel van het oorspronkelijke interieur. Wel veel schade werd door de Duitse bezetters aangericht. De bewoners (de oorspronkelijke familie) spannen zich sinds 1945 in de oude glorie te laten herleven. Genoemd moeten daarbij worden de collectie miniatuur- meubelen en voorwerpen en daarnaast de verzameling "huisdierenonderkomen", zeer luxe meubelen voor honden en katten. De tuin met vele "watersurprises" overtreft de bedriegertjes van Rosendael volledig. Als toegift op de terugreis een kort bezoek aan St. Pierre sur Dives, met het voormalige kloostercomplex en de geweldige Middeleeuwse markthal.


Woensdag 24 juni.
Het Château de Balleroy werd in 1631 gebouwd in één geheel met het dorp door François Mansart, de architect van Mansarde daken. Het huis werd geheel gerestaureerd en heringericht door Malcolm S. Forbes, veteraan uit de Tweede Wereldoorlog en zeer welgesteld. Hij verkeerde regelmatig in de hoogste, veelal Amerikaanse kringen zoals de vele souvenirs en foto's in het huis toonden. Het dienstgebouw bevatte een bijzonder museum; de geschiedenis en de ontwikkeling van de luchtballon en het deelnemen aan- en het organiseren van de ballonsport, een onderwerp waar Malcolm S. Forbes zijn hart aan verpand heeft.

Aansluitend werd het beroemde "tapijt van Bayeux" bezocht. Dit is eigenlijk geen tapijt, maar een langgerekt doek met borduurwerk. Het is zo'n 70 m lang en 50 cm hoog en vertelt in een beeldverslag over de verovering van Engeland in 1066 door Willem de Bastaard die sindsdien Willem de Veroveraar zou gaan heten.
Er staan 626 personen op, ongeveer 200 paarden, 37 gebouwen en talloze schepen en het doek staat op de Werelderfgoedlijst van Unesco.
De lunchpauze gaf gelegenheid iets van de oude stad en de kathedraal te zien.

's Middags werd het Château Fontaine-Henry bezocht. Het oorspronkelijke kasteel, een belangrijk verdedigingspunt al voor Willem de Veroveraar, ging in de honderdjarige oorlog grotendeels verloren. Het huidige kasteel dat nog oudere resten bevat draag vooral het karakter van de Renessance, maar draagt sporen van verschillende bouwperioden. Karakteristiek is het paviljoen met een zeer steil dak, hoger nog dan het paviljoen zelf. Het huis is langs de vrouwelijke lijn in bezit gebleven van dezelfde familie die zich inzet voor het behoud en het daartoe ook openstelt. Naast het kasteel staat een 13e eeuwse kapel, verbouwd in de 16e eeuw. De verbouwing, waardoor boven een laag nieuw gewelf een bovenverdieping ontstond, laat nog gissen naar de reden ervoor. De achterzijde van het kasteel gelegen op een rotskam boven een beekdal wijst ondanks een 19e eeuwse verbouwing op het oorspronkelijke militaire karakter.

Donderdag 25 juni.
In de omgeving van Lisieux ligt het Château de Crèvecoeur en Auge.
Een poortgebouw in de hier gebruikelijke geblokte baksteentechniek geeft op enige afstand toegang tot een tweede poort op een omgracht terrein. Hierop staat een gedeeltelijk ruïneuze motte burcht, een kapel en een aantal agrarische gebouwen in gedeeltelijk hout vakwerktechniek. Een charmante jonge gids in passende kledij verzorgde de rondleiding in haar rol als dochter van de Heer van het kasteel. Het geheel is een uniek voorbeeld van een klein landherengoed dat wonderbaarlijk compleet bewaard is gebleven.

Na de lunchstop in Lisieux dat grotendeels modern herbouwd is maar nog twee schitterende oude kerken en een bisschoppelijk paleis bezit, werd het Château St. Germain de Livet bezocht. Dit romantische door water omgeven kasteel is grotendeels gebouwd in de voor Auge kenmerkende stijl van blokpatronen van witte natuursteen met rode en groen geglazuurde baksteen, terwijl het eigenlijke herenhuis gedeeltelijk uit vakwerk bestaat. De laatste eigenaar schonk het kasteel aan de stad Lisieux om behoud en toegankelijkheid zeker te stellen.


Vrijdag 26 juni.
De dag van Caen. De wordingsgeschiedenis van de twee abdijen, die de verwoesting van Caen wonderwel overleefden, staat beschreven in het exposé van Jacqueline. Eerst werd de Abbaye des Hommes bezocht. De ontvangst door een gids van Nederlandse afkomst was verrassend. De kloostergebouwen, herbouwd tussen 1704 en 1790 na verwoesting door de godsdienstoorlog en de daarop volgende verwaarlozingen, werden na de Revolutie door Napoleon tot Lyceum Malherbe gemaakt. Na de Tweede Wereldoorlog bieden ze onderdak aan het stadsbestuur. Te bezichtigen waren de kapittelzaal (nu trouwzaal), de refter, beiden voorzien van prachtige eikenhouten panelen uit 1769 en de "vrij zwevende" grote trap. Deze trap is zonder cement gebouwd en is een wonder van constructietechniek en steenhouwerkunst. De Abdijkerk, gewijd aan St, Etienne, begonnen in de 11e eeuw is een mengsel van Romaneske en Gotische architectuur. Gedetailleerde beschrijving voert hier te ver, maar de ruimtewerking, lichtinval en de befaamde lichte natuursteen van Caen zorgden voor een indrukwekkende ervaring.

Daarna was het Château Ducal aan de beurt. Dit bestaat uit een in de stad gelegen hoog plateau, omringd door vestingmuren, torens en twee indrukwekkende poortcomplexen. Binnen dit geheel, naar men zegt de grootste Middeleeuwse vesting in Europa, bevinden zich een aantal gebouwen. In de 12e eeuw waren dat een gebouw vergelijkbaar met onze Ridderzaal, de kerk van St. Georges en een enorme Normandische donjon waarin onder andere de schatkamer. Van de donjon zijn na de Revolutie alleen de geconserveerde fundamenten over. In de vroegere gouverneurswoning werd in 1946 het museum van Normandië gevestigd. Op een storende wijze werd een laag modern betonnen gebouw in een lege hoek toegevoegd, het nieuwe museum voor schone kunsten, ter vervanging van het in 1944 verloren gegane. Het kasteel heeft nooit een permanente woonfunctie gehad, het belang was vooral militair.

Na de lunch op een sfeervol pleintje aan de voet van het Château Ducal was men voldoende op krachten voor het bezoek aan het Abbaye aux Dames. De abdijkerk is een schoolvoorbeeld van zuivere Romaanse architectuur. De verstilling die uitgaat van deze sobere bouwkunst werd iewat aangetast door de donkere rode moderne ramen in de abscis. Het kloostercomplex werd na lange tijd van verwaarlozing vernieuwd in de 18e eeuw door Dom Guillaume de la Tremblaije, die ook de Abbaye des Hommes herbouwde.

Het avondprogramma vermeldde een calvadosstokerij met proeverij en hapjes.
Het mocht iets meer zijn bleek al snel. Deskundige rondleiding met uitleg in de appelboomgaarden, bezoek aan de 13e eeuwse kapel op het domein, een royale proeverij met uitleg van alle producten en vervolgens een voortreffelijke Normandische maaltijd. Een geweldige afsluiting van het verblijf in Caen.


Zaterdag 27 juni.
De reis naar Rouen via de grote hangbrug over de Seine voerde eerst naar Dieppe. Na een rondrit door het havengebied, lunchpauze op terrasjes aan de binnenhaven en een kijkje in de oude binnenstad volgde een bezoek aan het hoog boven de stad gelegen Kasteel Museum van Dieppe. Dit kasteel dat in de loop der eeuwen vanuit de ronde donjon op de zuidwesthoek steeds verder is vergroot heeft twee binnenplaatsen en meerdere torens. Tussen 1570 en 1586 werd aan de stadszijde een groot terras toegevoegd dat kazematten bevatte en de toren van de vroegere St. Remykerk in de verdediging opnam. De top van deze toren ging in 1944 helaas verloren. Het kasteel dat alleen militaire functies heeft gekend werd in 1920 museum ten behoeve van de bestaande collecties van de stad Dieppe. Van de tien collecties moeten er twee in het bijzonder genoemd worden: de zeevaartcollectie en het beroemde ivoorsnijwerk, lange tijd een specialiteit van Dieppe. Ook de schilderijen collectie met onder andere Pissarro en Kees van Dongen was de moeite waard. Voor de muziekliefhebbers was de collectie van Camiel Saint Saens een verrassing.
Het hotel in Rouen, geheel nieuw en net even buiten het centrum, bleek een bijzonder Design Hotel te zijn. Geen restaurant, wel ontbijt en een aardig terras voor de ochtend en de avond.


Zondag 28 juni.
Een dag besteed aan de stad Rouen, met facultatieve stadswandeling in de middag verzorgd door Burchard Elias. Ondanks oorlogsschade viel er zeer veel mooi oud stadsschoon te bewonderen, opgevrolijkt door terrasjes en eethuisjes. Genoemd moeten worden de Kathedraal, de bijzondere laatgotische kerk van St. Maclou, de wijk met de vakwerkhuizen tussen St. Maclou en de abdijkerk van St. Quen. Deze laatste is ondanks een bouwgeschiedenis van 200 jaar een uniek voorbeeld van 14e eeuwse gotische bouwkunst. Wat ook niet vergeten mag worden is het Justitiepaleis, schitterend hersteld van oorlogsschade, de moderne kerk van St. Jeanne d' Arc met de markthallen, de Tour d' Horloge en verder te veel om op te noemen.


Maandag 29 juni.
De ochtendexcursie is naar het Château d'Eu, waarvan de bouw begonnen is in 1578 door de Duce de Guise en Catharine van Kleef en voltooid in 1665. Koning Louis Philipe, erfgenaam van Eu sinds 1821, liet het kasteel dat in deplorabele staat verkeerde grootscheeps herbouwen en vergroten en gebruikte het als zomerpaleis. De Entente Cordiale (Frankrijk - Engeland) werd hier gesloten. Koningin Victoria bezocht Eu twee maal. Het kasteel brandde in 1902 grotendeels uit, werd herbouwd, er wordt nog steeds gerestaureerd aan het interieur, en bevat nu het Louis Philipe museum. Het plaatsje Eu heeft naast het kasteel een Domstiftskerk uit de 12e eeuw gerestaureerd door Violet Le Duc. Verscholen achter het charmante dorpsplein ligt een door de Grand Mademoiselle Anne Marie-Louise d'Orleans, hertogin van Montpensier, nicht van Lodewijk XIV, gesticht klooster.

's Middags werd Château Miromesnil bezocht, vooral bekend als geboorteplaats van Guy de Maupassant. Het huis, met twee torentjes aan de achtergevel, dateert uit de tweede helft van de 16e eeuw, na de verwoesting van een feodale voorganger waarvan alleen de kapel nog rest. In 1640 werd de voorgevel van het kasteel naar de geest van die tijd verfraaid. In de hoekpavillioens zijn sporen van recente aanpassingen zichtbaar. Naast het huis ligt een door muren omgeven historische bloemen- en groentetuin, geheel volgens traditie. Het in een prachtig bebost landgoed gelegen huis wordt al meer dan 60 jaar door dezelfde familie in stand gehouden.


Dinsdag 30 juni.
Château du Champs de Bataille, kasteel van het slagveld. Op deze plek vond in 955 een belangrijke slag plaats tussen twee adellijke families, waaruit de onafhankelijkheid van Normandië binnen de Franse gebieden voortkwam. Volgens overlevering zijn op deze plek meerdere kastelen gebouwd en weer verdwenen tot in 1651 Alexandre de Crequi, die verbannen was van het hof van Lodewijk XIV, besloot hier een paleis te bouwen dat kon wedijveren met het hof, met tuinen volgens Le Nôtre. De bouw duurde van 1686 tot 1701. Hij stierf echter berooid, zijn erfgenaam de Markies de Mailloc interesseerde zich niet voor het onvoltooide complex. Dit vererfde vervolgens aan de Hertog van Beuvron, uit de familie d' Harcourt, die besloot het geheel te restaureren en zich er te vestigen. Door de Revolutie werd dit plan niet voltooid. Het domein wisselde meermaals van eigenaar tot het in 1947 in het bezit kwam van de Hertog d'Harcourt die zich inzette voor de restauratie en het openstelde voor bezichtiging. In 1992 werd het verworven door Jacques Garcia, specialist in historische interieurs, die de ongelooflijke taak begon de klassieke tuinen geheel in de geest van Le Nôtre te reconstrueren. Garcia's grote collectie historische meubelen en voorwerpen (grotendeels uit Koninklijke collecties verkocht tijdens de Revolutie) maakten het beeld compleet. De bijzondere architectuur, de symmetrische opzet van het hoofd- en dienstgebouw, in harmonie met de volmaakt gereconstrueerde tuinen maakten dit bezoek tot een zeer bijzondere belevenis.

's Middags werd het Château d'Harcourt bezocht. Dit deels ruïneuze complex daterend uit de 11e eeuw heeft het militaire karakter grotendeels bewaard en is een goed voorbeeld van een verdedigbaar adellijk huis van voor de uitvinding van het geschut. De uitgebreide, bevestigde maar nu ruïneuze voorburcht was een vluchthaven voor de bevolking, maar bood vooral ruimte voor personeel en agrarische activiteiten. Het geheel bleef negen eeuwen, tot de Revolutie, eigendom van de familie d' Harcourt. Het huidige kasteel, dat een donjon uit de 12e eeuw bevat, werd aan de achterzijde in de 18e eeuw "gemoderniseerd" met een klassieke gevel. Een terras nam de plaats in van de vroegere vestingwerken. Het interieur was nauwelijks gemeubileerd. Bekendheid heeft het domein vooral ook door het Arboretum dat in 1833 werd gesticht en wat nu een van de meest belangrijke arboreta van Frankrijk is. Hier staan op 11 hectare zo'n 500 soorten bomen.


Woensdag 1 juli.
De laatste excursiedag bracht ons 's morgens naar het Château de Bizy. Dit domein werd in 1718 gekocht door de Hertog van Belle-Isle, die het oude huis in 1720 liet vervangen door een door Constant d'Ivry ontworpen weelderig château met tuinen in terrassen, fonteinen, waterlopen en tuinbeelden die gedeeltelijk behouden bleven. Na zijn overlijden in 1761 vererfde het landgoed via Marquis de Castries, vervolgens de Graaf de Eu aan de Hertog van Penthièvre, een kleinzoon van Louis XIV en Madame de Montespan. Zeer gezien door zijn menslievende instelling, werd hij gespaard tijdens de Revolutie. Gerespecteerd en beschermd door zijn personeel en de inwoners van Vernon overleed hij in vrede in 1793. Na zijn overlijden werden de bezittingen geconfisceerd en aan een speculant verkocht. Het huis werd grotendeels afgebroken en de bossen gekapt. Na twaalf jaar verwaarlozing werd Bizy gekocht door Generaal Le Suire, die de nieuwe titel Baron van Bizy kreeg. Hij bouwde er een bescheiden huis. In 1817 kocht de Hertogin van Orléans het ouderlijke goed terug, haar zoon Koning Louis Philipe liet het landhuis van de Generaal Le Suire veranderen en vergroten. Bestaande gebouwen werden gerestaureerd en een landschapspark in Engelse stijl werd aangelegd. De koning verbleef tijdens zijn regering van 18 jaar regelmatig op Bizy. In 1858 liet de familie Orléans het bezit veilen, het werd verworven door de Baron Schikler. Deze spaarde een aantal verbouwingen van Louis Philipe, maar verving het centrale deel door een luxueus gebouw in Paladiaanse stijl. In 1909 vererfde Bizy aan zijn neef Louis Suchet, de 4e Hertog van Albufera en afstammeling van Suchet, Maarschalk van het Keizerrijk. Hij voltooide de reconstructie volgens de oude plannen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog vestigden de Duitse bezetters een garnizoen en een radiostation voor de Atlantic Wal in het kasteel dat bovendien ernstig geplunderd werd. De familie Albufera heeft het huis heringericht met vele herinneringen aan het Keizerrijk. Sinds 1993 worden de waterwerken in het park gerestaureerd.

In de middag tenslotte werd een in de Normandische geschiedenis belangrijke plaats bezocht: de ruïne van het Château Gaillard. Hoog boven een bocht in de rivier de Seine is het omstreeks 1200 op een rotskam gebouwd door Richard Leeuwenhart om Philipe August, Koning van Frankrijk, de toegang tot Normandië te beletten. Later als gevangenis gebruikt werd Château Gaillard na 1603 op bevel van Henri IV en Richelieu ontmanteld. Het grondplan toont een driehoekig voorgeschoven verdedigingswerk, bestaand uit vestingmuren met ronde torens, de punt gericht naar de hoogvlakte. Een droge gracht scheidt het voorwerk van de neerhof van de burcht. De muren met torens volgen het terrein en omsluiten de zware donjon, waarbinnen zich nog een zware toren bevindt, de zogenaamde Tour maîtresse. De ruïnes geven een goed idee van de omvang van de vesting, waarvan de ligging schitterend is. Al met al een spectaculair slot.


Donderdag 2 juli.
Op weg naar huis, genietend van de mooie landschappen. De stopplaats voor de warme (afscheids) lunch was een verrassing in de vorm van een kort bezoek aan Amiëns met de schitterende Kathedraal die nog heel erg gaaf en onbeschadigd is. Recentelijk schoongemaakt waardoor alle beelden en decoratie prachtig tot uitdrukking komt. Kortom een waardig slot van een zeer geslaagde reis. Met veel dank aan Miep en Theo de Jong, onmisbaar geassisteerd door Gert van de Berg, dit alles steunend op de teamgeest van ons gezelschap.

Jan van Leusen.

*********************************************************************


Zondag 4 oktober.

Deze dag werd de reünie gehouden van de Normandië reis. Een heel speciale reünie, omdat die gehouden werd op kasteel Rhijnestein, geboortehuis van een van de deelneemsters, dat nu bewoond wordt door haar zus en zwager en verder niet is opengesteld voor bezoek.
Zij leidde ons rond in de verschillende gedeelten van de fraaie tuinen rond het kasteel, met onder andere de moestuin, een oude fruitboomgaard, een honderd jaar oude overwelfde kastanjelaan en langs de Kromme Rijn de fraaie zogenaamde Boulevard in geometrische stijl.
Daarna werd uitgebreid rondgegaan in de verschillende delen van het kasteel. Heel bijzonder was met name de oude keuken en badkamer in het souterrain, de woontoren met nog restanten van een verborgen trap tussen twee muren en tot slot beklommen we de oudste toren vanwaar een schitterend uitzicht over het Kromme Rijngebied, maar ook een ander perspectief gaf op kasteel.
Onder het genot van een Engelse High Tea werden verder herinneringen aan de reis opgehaald, foto's, plakboeken en zelfs dvd's van elkaar bekeken.